Aanvullend menu

Ook cultuur sector kan niet meer om disruptieve burger heen

DEN afb p17

Publiek dat niet langer achterover leunt, maar aan de slag gaat. Bijgestaan door sociale technologie, mobiele tools en een community. Net zoals in de winkelstraat of in de zorg beweegt de disruptieve burger zich door de culturele sector, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Burgers die niet alleen willen meedoen, meebeleven en mee-ervaren, maar óók meebeslissen, meezoeken, meesturen.

Reflex van de cultuurprofessional
Denk niet “Die disruptieve burgers van jou hebben een kansloze missie. Alleen wij zijn namelijk professioneel en hiervoor opgeleid. Ons monopolie is terecht: wij leveren kwaliteit. Die burgers zijn amateurs die het niet begrijpen en cultuur vooral aan ons moeten overlaten”. Deze arrogante verdedigingsreflex bevestigt vooral ook het huidige aanbodgericht denken dat de sector nog steeds voor de voeten loopt. Dus we blijven in onze comfortzone. Juist vanwege dat grote publiek belang kunnen we echt niet langer om de disruptieve burger heen. Durf het om te draaien, denk vraaggericht.

‘Adapt or die’

Troost u, ook in andere sectoren met een groot publiek belang en bereik, valt menig instituut keer op keer terug in deze valkuil. Denk aan zorg, onderwijs en volkshuisvesting. Daar is eveneens het nodige leergeld betaald.

Bij het bedrijfsleven is de trend al langer voelbaar. De koers is echt gewijzigd van aanbodgericht naar vraaggericht, want het is ‘Adapt or die’. (Ja, ze zijn ter ziele onze vertrouwde V&D, Free Record Shop, Mc Gregor, OAD reizen en velen met hen).

Ook in de cultuursector gaat de disruptieve burger de aanpak en uitvoering van de kernfunctie Inspiratie & Impact fundamenteel veranderen.

Inhoudelijke winst
Nieuwe sociale technologie gaat de professionele cultuursector veel goeds brengen. Het leidt tot meer interactie, zoals al te zien is bij musea. En tot meer belevenis, zoals een virtuele historische rondleiding door Middeleeuws Brugge en meer gezamenlijke oordeelsvorming, zoals publieke beoordeling van theater met sterren. Ja zelfs tot meer co-productie  zoals het project Alle Amsterdamse Akten waar het stadsarchief actief de algemene crowd vraagt om mee te helpen de notariële akten online beschikbaar te stellen. Op allerlei plaatsen zie ik aanzetten voor die trend in de cultuursector. Zie ook de inspirerende site van DEN Kennisinstituut over Digitalisering van Cultuur en Erfgoed.

Kom dus in beweging. De vraag daarbij is: hoe komen we met die disruptieve burgers tot een co-productie waardoor gezamenlijke inspanning leidt tot een grotere Impact & meer Inspiratie. En in the end ook liefst een groter bereik.

Mijn conclusie na talloze lezingen en debatten is dat we in alle vormen van publieke dienstverlening de klant, de burger centraal moeten stellen. Oftewel ‘Burgerkracht met Burgermacht’ zoals mijn laatste boek heet.

Met de term de disruptive citizen doel ik op het feit dat de nieuwe sociale technologie een forse mentaliteits- en machtsverandering uitlokt voor burgers: de macht over data en informatie, beschikbaarheid van beelden at your fingertips, massaal onderling bereik en community-power. Daardoor zijn inspraak en medezeggenschap al lang verlaten en dus als elitair paternalistisch sociaal geruststellend mechanisme voorbij.

Het enige antwoord dat past bij de nieuwe tools, vaardigheden en houding is openheid. Omarm initiatieven en sta open voor co-productie met die disruptieve burgers:

“Waar wil en kan u zelf aan bijdragen? Wat zijn onze opties om dat voor u mogelijk te maken? Wat zijn onze arrangementen voor uw co-productie? Wat is uw behoefte? Hoe kunnen wij actief bijdragen aan uw culturele beleving en dus hoe vergroten we onze impact en uw inspiratie?”

De toekomst van de professionele cultuur richting het publiek zit net als in zorg, onderwijs en volkshuisvesting, in meedoen, meebeleven, mee-ervaren. Dat is nog een lange weg te gaan. En we kunnen er niet om heen.

Geen pleidooi voor amateurkunst
Begrijp de term co-productie niet verkeerd. Het publiek in de cultuursector zitten ook niet te wachten op amateurkunst of een middelmatig aanbod. Voor bezoekers is kwalliteit min of meer vanzelfsprekend. Daarboven verwachten ze ook de betrokkenheid die de nieuwe technologie hen te bieden heeft, zoals meer meedoen, meer beleven, dieper ervaren, kortom: meer inspiratie.

‘Zet de gebruiker, de klant centraal’

Passief consumeren is niet meer
De disruptieve burger verruilt passief consumeren voor eigen regie, eigen inzicht, onderlinge communicatie en ruil, ook van recensies en preferenties. Kortom, het publiek wil meedoen, meebeslissen, meezoeken, meesturen.
Want dat kan iedereen inmiddels al overal.

Het huidige passieve frame waarin de kernfunctie van Cultuurproductie (Inspiratie & Impact) is gegoten is voortgekomen uit een sociale reden. Bezoek aan professionele cultuur uitingen komt voort uit de wens bij een sociale groep te horen. Zodat je kunt laten zien dat je ‘het snapt’, door uitwisseling met leden van die groep, in pauzes of na afloop. Het heeft zeker niet alleen een artistieke reden.

Daarom gaat het ook vaak over zgn. ‘hogere’ cultuur om de lat van de groep hoger te leggen. Mooiste voorbeeld van passief volgen van deze ‘hogere’ cultuur is natuurlijk klassiek ballet.

 

 

Een miskleun van 160 miljoen…
De staat kocht onlangs twee oude, op zichzelf niet eens zo mooie of inspirerende, schilderijen van een al eeuwenlang erkend schilder voor 160 miljoen. Dit was een conservatief en volledig veilig non-oordeel over culturele kwaliteit, aangezien het Rembrandt betrof. En dan ook nog voor half-bezit (!).
Even daarvoor heeft diezelfde staat 200 miljoen bezuinigd op de actuele cultuur, die er qua impact en inspiratie heden ten dage natuurlijk vele malen meer toe doet en ook veel spannender is qua cultuur-oordeel. De bezuiniging zelf was misschien ook een cultuuroordeel, maar dat is zo nooit gebracht.

Gelukkig zijn er inmiddels in de cultuursector vooroplopende moderne experimenten te zien, waarbij burgers / bezoekers moderne technologie kunnen inschakelen en in co-productie hun ‘eigen’ culturele productie ervaren.

Voorbeelden hoe het ook kan

Musea hebben de noodzaak van gebruik van nieuwe technologie door. Het Rijksmuseum faciliteert de onderlinge oordeelsvorming en beleving van een gezin bij het bekijken van een schilderij, door hen uit te rusten met een device of gratis app.

 

 

Schouwburgen gaan het idee van ‘publieke beoordeling’ omarmen en stellen het publiek in staat om ‘live’ haar oordeel te geven. Zoals wij al gewend zijn om bij hotelverblijf, restaurantbezoek of bezoek aan websites ons oordeel te geven.
Onder de noemer ‘Het publiek geeft sterren’ (PGS) kunnen bezoekers hun waardering ter plekke uitspreken. “PGS versterkt de binding met je publiek, individuele marketing wordt daarmee realiteit”, aldus pgs.theaterkant.nl
Koploper hierin is wel het Parktheater Eindhoven.
Ik zie nog verdergaande varianten, zoals via Virtual Reality met een beroemd kunstenaar mee-schilderen en je eigen resultaat virtueel zien. En ja, dat mag best Rembrandt zijn, Of thuis na aanschaf van het kaartje voor een toneelstuk zelf mogen meebeslissen welke scenes wel worden vertoond en welke niet. Maar ook in de schouwburg onderling al kunnen delen wat je opvalt of wat je waardeert. En het is ook heel goed denkbaar dat ieder zijn eigen (amateur)-kunstwerk maakt, dit deelt via een bepaalde community, waarna er een gezamenlijk kunstwerk ontstaat.

‘Van krimp naar groei en diversiteit’

Virtuele wereld nodigt uit tot fysiek contact
Tegelijk is de hoopgevende conclusie voor de cultuursector dat we overal zien dat deze virtualisering juist noodzaak en behoefte aan fysiek contact uitlokt. Musea, theaters en festivals hebben dus veel toekomst, mits je meebeweegt naar wat het moderne publiek vraagt.

De grootste bedreiging immers is dat alle culturele producten, van film tot muziek, van schilderijen tot beeldhouwwerken, bij handhaving van het passieve frame beter geschikt zijn voor ‘on line’ consumptie in eigen kring. Een ander bedreigend scenario is dat juist het huidige, vergrijzende, publiek gewend is aan het passief consumeren. Het komt dus mogelijk ook om meer groepsgerichte redenen, dan puur culturele.

Maar dat publiek krimpt. Nieuwe jonge aanwas zal er echt niet komen als dat passieve frame zo blijft. De jeugd is inmiddels gewend aan de zelfregie en het actief deelnemen die horen bij disruptie. Daarmee zal die traditionele professionele cultuurproductie zelf krimpen of zijn weg online gaan zoeken.

Er ligt hier mogelijk ook een kans. Het kan zijn dat een meer divers publiek nu vooral afwezig is door het huidige dominante, maar traditionele publiek met het ‘passieve’ frame. Meer co-productie en meedoen, meebeleven, meesturen kan het begin zijn voor meer diversiteit in een groeiend publiek, omdat het de behoefte rond cultuurproductie meer raakt…

Maak dus van fysiek bezoek een ware belevenis, een culturele inspirerende ervaring met culturele impact. De digitale sociale technologie helpt ons daar bij.