Aanvullend menu

Prudential Public Leadership van John Uhr

Bij het thema maatschappelijk leiderschap, zoals nader uitgewerkt in mijn proefschrift, hoort het thema publiek leiderschap. Hoe oefen je dat uit? Wat zijn de krachten die op je inwerken? Hoe krijg je volgers bij grote publieke vraagstukken en vooral stevige aanpakken ervan? En, goed toepasbaar op Nederland: hoe doorbreek je de verslaving aan politici als enigen die gelegitimeerd zijn en gezagvol publiek leiderschap kunnen vertonen? Sterker nog. In mijn ogen hebben veel van onze politici juist niet geleerd zaken of richtingen of maatregelen met veel verve en charisma publiek te presenteren. Zij zijn juist vaak een slecht voorbeeld van wervend publiek optreden. John Uhr heb ik gevolgd en is mij bekend, omdat hij in 2008 samen met Paul ’t Hart, mijn promotor, een belangrijke bundel over public leadership heeft geëdit vanuit hun gemeenschappelijke achtergrond in Australië en Nieuw-Zeeland.

Het boeiende van dit boek is dat John Uhr een expliciete koppeling aangaat tussen politiek overleven (waar een deel van publiek leiderschap over gaat), ethiek (omdat we daar tenslotte naar op zoek zijn: deugdzaam en waardengedreven leiderschap) en retoriek (zonder die vaardigheid is er om te beginnen al geen publiek leiderschap en zeker ook geen politiek overleven). Uhr combineert zeer opvallend retoriek met ethiek: als je je deugdzame keuzes niet overtuigend en geruststellend kunt uitdragen, faal je als publiek leider!

Die combinatie wordt in het brave en bureaucratische overheidsjargon, dat vaak het publieke denken en debat kleurt in Nederland, niet gemaakt. Hier doet men net alsof:

  • deugden in regels en governancecodes zijn te vangen (hetgeen haaks staat op Aristoteles’ concept van ‘praktische wijsheid’, waar uiteraard Uhr ook naar verwijst);
  • het publiek meteen doorheeft dat je deugdzaam bent als je je aan de regels houdt en daar in publiek debat keurig naar verwijst (alsof er geen retoriek nodig is);
  • dat overleven of politiek winnen, met andere woorden ieder strategisch doel, bij dit type braaf leiderschap ontbreekt, hetgeen logisch inconsistent is met de meeste definities en behoeften aan leiderschap.

Uhr wijdt zelfs provocatieve hoofdstukken aan ‘Why leaders often get dirty hands’ en ‘Why supporters provide accountability’. Dat laatste is ook een goede waarschuwing richting de Nederlandse bestuurlijke gewoonte om voor accountability vooral te verwijzen naar anderen, zoals governancecodes, protocollen of testen door overheidstoezichthouders.

Zeer aan te raden voor iedereen die voorbij de hedendaagse publieke mythes over goed publiek leiderschap wil kijken en werken.

‘Prudential Public leadership. Promoting Ethics in Public Policy and Administration’, John Uhr, Palgrave MacMillan 2015