Aanvullend menu

Publiek leiderschap in Nederland anno nu

Cover en paggina uit Waartoe

“Wat kan Nederland op het gebied van publiek leiderschap bijdragen aan de wereld?” Een omstreden onderwerp in Nederland en het internationale antwoord dus ook niet zo voor de hand liggend. Met veel genoegen heb ik daarom hierover een hoofdstuk geschreven in het boek ‘Waartoe is Nederland op aarde?‘ van Gabriël van den Brink als editor (Boom Uitgevers 2018).

Deze bundel heeft voor de initiatiefnemer, Gabriël van den Brink, de bedoeling de Nederlanders te analyseren en te beschrijven, hun sterke punten, identiteiten, uitdagingen en historische lessen. Niet via een geborneerde en alleen voor nationaal publiek en politiek gewin bedoelde analyse over identiteit en integratie van de zogenaamde minderheden. Daar begint immers al de eerste fout in dat debat. Nederland was ooit trots op de kenschets dat we juist een land van minderheden zijn en daar onze tolerantie en godsdienstvrijheid, het polderen en de sekte-overstijgende samenwerking op gebaseerd hebben. Daarom deze vragen vanuit een internationaal perspectief: wat kunnen wij als Nederland aan andere landen leren en meegeven? Volgens mij is Gabriël dat gelukt in een fraaie en inspirerende bundel, met zoals Wim van der Donk in zijn voorwoord zegt ‘gezaghebbende auteurs’, zoals verder onder andere Ad Verbrugge, Tine de Moor (de ‘commons’- professor) en Govert Buijs. Ik ben blij op zijn verzoek in dit fraaie gezelschap met deze interessante kwesties te mogen verkeren. Mijn combinatie van internationaal perspectief, kennis van bestuur en leiderschap en al vele jaren betrokkenheid bij een poging tot reframing van het Nederlands publiek debat over de centraliteit van samenleving en burgerschap hebben dat bij hem waarschijnlijk uitgelokt.

Ik heb het hoofdstuk opgepakt over publiek leiderschap. Het is een uitdaging om dit onderwerp goed, objectiverend te beschrijven en te analyseren. Iedere burger observeert immers de huidige stand van publiek leiderschap, net als ik. Iedereen heeft daarin ook zijn/haar voorkeuren. Vaak is dat overigens eerder gebaseerd op wat iemand zegt en inbrengt, terwijl ik als deskundige rond leiderschap ook sterk kijk naar het hoe van stijl, impact en retorische gaven en naar de persoon die het zegt.

Een voorbeeld. Tijdens zijn verkiezingscampagne was ik het inhoudelijk geheel niet eens met Donald Trump en zat ik, zoals veel Europeanen, inhoudelijk veel meer in het kamp van Hillary Clinton. Toch heb ik zijn politieke succes tegenover diezelfde Hillary Clinton wel zien aankomen, enerzijds door haar volledig gebrek aan enig persoonlijk charisma en emotie en dus juist door zijn veel grotere publieke impact en dus leiderschap.

Er is in Nederland een roep om meer publiek leiderschap. Tegelijkertijd zitten we opgesloten in een heftige verdeeldheid over de juiste boodschappen, is de publieke arena door de nieuwe technologieën volledig veranderd en zijn we met name over leiderschap as such in het algemeen ook weer ambivalent. Ga er dan maar aan staan daar een evenwichtige en afgewogen tekst over te schrijven, die ook nog buiten onze landsgrenzen interessant is. De hoofdlijn van mijn betoog in deze bundel is als volgt:

Transformatie van publiek leiderschap

  • Nederland is in grote nationale verwarring met veel onzekerheid en onrust, tot op het paniekerige af. De machteloze greep naar veel overheidstoezicht en het overheersende pech-moet-weg-syndroom gaan daarbij zeker niet helpen.
    De voornaamste – paradoxale – oorzaak hiervan is het grote succes van Nederland in economisch en sociaal opzicht in alle wereldwijde rankings. Dit leidt momenteel tot het gevoel, dat het vanaf nu alleen maar minder kan worden! The Barbarians are at the gate om het hier over te nemen of om ons weg te concurreren of te robotiseren!
    Dit leidt dus tot een grote roep om leiderschap voor de publieke zaak.
  • De pogingen daartoe zijn legio. Eén van de meest voorkomende, ook wel verkeerd aangeduid met populisme, is het zoeken naar zondebokken en ‘overtolligen’ in de ellende van het ogenschijnlijk zinkende schip: ‘Overboord met hen, want anders maken we water’. Ik maak hierbij in lezingen al vanaf 2008 gebruik van de metafoor van Drs. P met de trojka waaruit hij ballast en tenslotte ook zijn kinderen en vrouw lost.
  • Maar ik zie ook een verschil in ‘frame’ tussen klassiek rechts en klassiek links: rechts framet het als een identiteitsprobleem, erbij willen horen, culturele integratie in een veronderstelde Nederlandse identiteit. Links weet dat niet te pareren. Hoewel vanuit het even klassiek  linkse frame van kansenongelijkheid en verdachte sociaal-economische verschillen, toch de bewijsbare kritiek voor de hand ligt dat de sociaal-economische verschillen te groot en ook de kans op ‘meedoen voor iedereen’ te klein worden, met dus ook een goede verklaring voor dit soort culturele effecten van discriminatie, onrust en teleurstelling. Links heeft sowieso een probleem met leiderschap, omdat ze vaak teveel gelooft in macro en structurele beleidsmaatregelen, liefst van de overheid. Een groot geloof in policies boven personalities.
  • In het algemeen heeft Nederland een cultureel probleem met leiderschap. We associëren het teveel met machismo, autoriteit, one man rules, meer dan past bij onze collectivistische, polderende cultuur. Deze laatste spanning is ook voor de rest van de wereld interessant. Aan de ene kant het leiderschap, vaak persoonlijk getint en van persoonlijkheden afhankelijk, dat gericht is op het bieden van houvast in koers, visie en toekomstperspectief. En aan de andere kan het even waardevolle principe van collectieve wijsheid om alle mensen, ook zwakkeren of kwetsbaren, mee te nemen, ook in moeilijke besluiten.
  • Overigens duid ik het Nederlands probleem ook vanuit een omdraaiing van de klassiek geponeerde kip/ei-volgorde. Het is niet dat we geen publiek leiders hebben, omdat we een hekel hebben aan leiderschap as such. Het is dus juist andersom. We kennen weinig tot geen excellente voorbeelden van charismatisch, opvallend en persoonlijk leiderschap. Dus gunnen we het de huidige acteurs die het armoedig wel proberen ook niet. Ik toon dat in mijn bijdrage aan aan de hand van het grote, disrupterende, unieke voorbeeld van Pim Fortuyn. Ook daar ligt mijn accent natuurlijk meer bij het hoe en de persoon en persoonlijkheid dan bij het wat.
  • Onderliggend is dit het grote probleem van de bestuurlijke elite in Nederland: goed in binnenkamertjes en technische compromissen vanuit dossierkennis, slecht in publiek overtuigend en retorisch geschoold optreden. Anders dan Fortuyn geef ik dus de schuld aan hun training, het slechte voorbeeldgedrag van gevestigde politici en dus ook aan de selectiefunctie van politieke partijen, maar niet aan hun motieven of goede bedoelingen. Ik heb dat in mijn eerder boek omschreven als PolderPaternalisme.
  • Over de rol van politieke partijen ben ik in het verlengde hiervan ook heel kritisch: ze doen hun selectie van professionele politici teveel op loyaliteitsgronden en het interne circuit, dan gericht op talent en persoonlijkheid dat past in de nieuwe stijl die nodig is in de nieuwe publieke arena. En meer institutioneel: ze zijn teveel gericht op de staat, vanwege de wens van veel actieve leden tot een staatscarrière, in plaats van de verbindingsschakel te vormen tussen staat en civil society, zoals ze ooit begonnen zijn.
  • Tenslotte is er ook een gat gevallen in Nederland omdat onze traditie van privaat leiderschap voor de publieke zaak sterk is verwaterd, onder andere door professionalisering van management.

Toename burgermacht, burgerkracht was er in Nederland altijd al

  • Mijn grootste hoop is dus gevestigd op de opkomst van de disruptieve burgermacht, dankzij dezelfde innovatieve technieken die disruptie in de markt hebben veroorzaakt. Van professionele politici hoeven we dit natuurlijk niet te verwachten: zij vertegenwoordigen voor hun gevoel immers al die burgers en baseren juist hun bestaansrecht daarop. Dat ga je natuurlijk niet inleveren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat die burgers ook zélf iets gaan vinden. Laat staan dat zij openlijk gaan meedoen aan publieke besluitvorming over de publieke zaak. Ze moeten maar geloven dat nu ‘de burger centraal staat’.
    Het directe kanaal voor burgers zelf dat de moderne technologie hen biedt, vergroot de invloed van burgers en is alleen maar bedreigend voor deze politici. Deze opkomst van de disruptieve burger biedt dus in mijn ogen alleen maar heel andere gronden en kansen voor nieuw publiek leiderschap, dicht bij de burger en de civil society. Gelukkig hoeven we dus niet op het langzame inzicht vanuit het eigenbelang van deze politici te wachten.
  • Dat nieuwe publiek leiderschap is hard nodig, omdat de waarden van de civil society en dus modern actief burgerschap ook vaak verdwenen zijn in de hoofden en het gedrag van burgers, al zie ik nog steeds positieve signalen en voorbeelden, ook in Nederland. Maar dat elitaire voortouw naar een nieuwe, betere wereld georganiseerd rond en luisterend naar burgers is heel hard nodig, zeker gezien de moderne publiek tribune waarop ook heel andere zaken zijn te horen.
  • Die kans is temeer groot voor een land als Nederland, met zijn grote traditie van burgerschap en een krachtige civil society als basis van de publieke zaak en dus ook van publiek leiderschap! Dit zit ook in de analyses van Buijs en De Moor in de bundel en natuurlijk ook van Russell Shorto over Amsterdam en New Amsterdam.

Tot slot: Waarom heb ik aan deze uitgave meegedaan? Gabriël van den Brink was de laatste vaandeldrager van het fantastische en zeer toekomstgerichte vak van Maatschappelijke Bestuurskunde, aan de Universiteit Tilburg. Heb daar veel colleges verzorgd in zijn programma’s en die van zijn voorganger, Wim van der Donk. In mijn ogen heeft de Nederlandse Bestuurskunde teveel de neiging de publieke zaak en publieke ruimte te claimen voor een almachtige en alwetende overheid, een beetje zoals de Angelsakische Public Administration.

Het grootste gevaar daarbij is het innemen van een ambtelijk perspectief en het opleiden van studenten voor (ouderwetse) senior-ambtelijke posities, dus noch politiek interessant, noch maatschappelijk inspirerend. Tijden en maatschappij zijn veranderd (zie ook mijn boek uit 2015).  Er is namelijk geen publieke zaak of publiek domein, zonder burgers en hun burgerkracht en burgermacht!